English
Home Sitemap Search Contact

'BOXER' gedemonstreerd voor OCCAR en participerende landen

12 december 2002

Prototype internationaal Pantserwielvoertuig (PWV) in München officieel gepresenteerd

ARTEC heeft op 12 december 2002 in München het prototype gelanceerd van het Duits / Engels / Nederlandse pantserwielvoertuig in het GTK/MRAV/PWV-programma. ARTEC is de in München gevestigde industriële hoofdaannemer (Prime Contractor), bestaande uit Krauss-Maffei Wegmann, Rheinmetall Landsysteme (beide uit Duitsland), Alvis (UK) en het Nederlandse Stork. Het gepresenteerde type betreft de Duitse troepentransportversie, de Armoured Personal Carrier (APC). Het voertuig is voorzien van een 8 x 8 aandrijving en fungeert als prototype in het GTK/MRAV/PWV programma dat de naam "Boxer" heeft meegekregen. Het werd officieel gepresenteerd aan de gezamenlijke inkooporganisatie Organisation Conjoint de Coopération en matière d´Armament (OCCAR) en aan de in het programma participerende landen: Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Nederland.
OCCAR was vertegenwoordigd door zijn directeur Dr. Klaus von Sperber, de participerende landen door Lord Bach (de Engelse Minister van Defensie Inkoop), Commandeur ir. D. van Dord (directeur Materieel en Planning van het Nederlandse Ministerie van Defensie en plaatsvervanger van Staatssecretaris Van der Knaap) en Dr. Peter Eickenboom (de Duitse onderminister voor Defensiezaken).

Dr. Eickenboom benadrukte de betekenis van deze mijlpaal in een programma dat van groot belang is voor de Bondsrepubliek Duitsland. Hij gaf aan dat de Boxer dient voor de vervanging van het gepantserde troepentransportvoertuig M113 en op langere termijn ook van het gepantserde transportvoertuig Fuchs. Dankzij zijn geschiktheid voor luchttransport, zijn modulaire constructie en zijn beschermingsfactor, is de verwachting dat de Boxer de Duitse capaciteit op het gebied van veiligheidsbeleid verhoogt - ook met het oog op de gewijzigde defensietaken.
De Boxer, zo zei hij, is een gezamenlijk project van het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Duitsland en vertegenwoordigt in die hoedanigheid een deel van de inspanningen om de Europese samenwerking op het gebied van defensiebeleid te versterken. "Het is onze wederzijdse overtuiging dat dit noodzakelijk is om stabiele en onafhankelijke strijdkrachten in stand te houden".  De problemen die in dit soort samenwerkingsvormen liggen opgesloten en van enige invloed kunnen zijn op het ontwerp- en ontwikkelingsproces, mogen ons niet ontmoedingen", zei Dr. Eickenboom. 
 
De directeur Materieel en Planning van het Nederlandse Ministerie van Defensie C. van Dord tekende aan dat de gezamenlijke ontwikkeling van de 'Boxer' volledig in overeenstemming is met het Nederlandse streven om de huidige generatie pantservoertuigen te vervangen. Dat sluit goed aan bij de Nederlandse opvattingen over de verdere intensivering van de Europese samenwerking
op het gebied van defensie. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om te benadrukken dat Nederland zich ten zeerste committeert aan het Boxer programma. Hij sprak de hoop uit dat de roll out alle betrokkenen inspireert om door te gaan op de ingeslagen weg: een toenemende Europese defensie-samenwerking en een doelmatiger besteding van de Europese defensie-budgetten. 
 
Lord Bach zei ervan overtuigd te zijn dat de Boxer een goed voorbeeld is van Europese ontwerptechnologie op zijn best en een voertuigconcept oplevert waar de strijdkrachten mee voor de dag kunnen komen. 
Wat betreft OCCAR en zijn rol bij het managen van de inkoop voor alle nationale partners, gaf hij aan dat deze organisatie in het leven was geroepen om met name op 2 punten de prestaties van de departementen van defensie te verbeteren: het op internationale schaal inkopen en de afleveringsbetrouwbaarheid bij samenwerkingsprogramma's.
 
OCCAR´s Dr. Von Sperber zei dat zijn organisatie beoogt aan te tonen dat Europese samenwerking kan en zal lukken mits er sprake is van de juiste randvoorwaarden. Hij stelde dat de OCCAR organisatie zich daarvan zeer bewust is en benadrukte dat OCCAR en de industrie deze uitdaging niet alléén aan kunnen, laat staan tot een goed einde brengen.
Samenwerking is een voorwaarde om enerzijds in een wereldmarkt een goede positie te kunnen bemachtigen en vasthouden; anderzijds tegemoet te kunnen komen aan de eisen die de landen stellen aan functionaliteit, kostenpatronen en doelmatige en effectieve werkprocessen.
 
Namens de industrie werd benadrukt dat de Europese ontwerpers en producenten waardevolle ervaring opdoen met dit programma. Een mijlpaal voor de industrie, OCCAR en de betrokken landen. Het is de eerste stap op weg naar verregaande samenwerking op Europees niveau. Het concrete resultaat van dit programma is een voertuigenfamilie die de deelnemende landen in staat stelt hun krijgsmachten uit te rusten met het meest geavanceerde materieel. Voor de krijgsmachten zelf zal het PWV-programma dienen als platform voor het formuleren van antwoorden op eigentijdse vraagstukken over de inzet van gewapende strijdkrachten.
 
De kerngegevens van de Boxer zijn:
o       Hoge mate van bescherming tegen anti-tank mijnen en middelkaliber munitie aan alle kanten
o       Uitstekende tactische en operationele mobiliteit
o       Het verhoudingsgewijs grote nuttige volume, goed voor een hoog laadvermogen ten behoeve van zeer uiteenlopende vormen van gebruik.
 
De Boxer is een familie van voertuigen bestaande uit een aandrijvingsmodule en verschillende inzetmodules. Dit modulaire concept garandeert de flexibiliteit binnen de familie en biedt overduidelijke voordelen:
 
  •         Evenwichtig systeemontwerp met ideale mix van gewicht, kosten, bescherming en mobiliteit
  •         Geïntegreerde logistieke ondersteuning (ILS)
  •         25.2 ton gewicht voor een volledig uitgerust voertuig (een hoge graad van bescherming met inbegrip van een Nucleaire Biologische en Chemische Airconditioning) met mogelijkheid van extra belasting tot 8 ton
  •         Ergonomie in overeenstemming met de modernste standaards.
  •  
    De gepresenteerde Boxer is met succes geïntegreerd bij de KMW productiemaatschappijen en zal voortaan als uitgangspunt worden genomen voor vastgelegde industrie/gebruiker platforms.
    Het Design & Development Programme bestaat verder uit het ontwerp van 9 verschillende versies en een totaal van 12 prototypes die alle in kwalificatietrajecten zullen worden getest.
     
    De eerste productie batch zoals vastgelegd in het Development Contract, bestaat uit de levering van 200 voertuigen voor ieder participerend land en zal worden uitgevoerd na een geslaagde voltooiing van de ontwikkelingsfase in 2005.
     
     
    München, 12 december 2002