De in’s en out’s van energie management

Door bedrijven wordt al jaren gewerkt aan energiebesparing via meerjarenafspraken voor energie-efficiëntie. Naast maatregelen voor energiebesparing zien we dat ons energielandschap aan het veranderen is, waarbij het aandeel van hernieuwbare energie groeit. Daar komt bovenop dat Nederland steeds minder een aardgasland wordt, omdat de winning in Groningen steeds verder wordt teruggeschroefd. Deze ontwikkelingen stelt de industrie, die een belangrijke bijdrage levert aan de CO2 emissies in Nederland, voor de nodige uitdagingen. Ieder industrieel bedrijf heeft een gedegen energie management plan nodig met dito uitvoering om hun bijdrage te leveren aan de energietransitie

Efficiëntieverbetering

Door het Ministerie van Economische Zaken wordt al jaren samen met de bedrijven gewerkt aan energiebesparing via de meerjarenafspraken voor energie-efficiëntie. In deze energieconvenanten (MJA en MEE) hebben Nederlandse bedrijven met de overheid de uitgangspunten voor energiebesparing afgesproken en vastgelegd hoeveel energie ze zullen besparen tot 2020. Deze afspraken krijgen concreet vorm in de energie-efficiëntieplannen (EEP’s), die bedrijven elke vier jaar opstellen.

Deelnemers aan de energieconvenanten komen uit de sectoren industrie, voedings- en genotmiddelen, diensten en rail. Ze vertegenwoordigen 80% van het totale industriële energiegebruik in Nederland en bijna een kwart van het totale energiegebruik in Nederland.

Voor het MJA3-convenant geldt dat de maximale voorgenomen besparing van 15,7% gerealiseerd is. Met een totaal gerealiseerde efficiëntieverbetering tot en met 2016 van 20% is hiermee de doelstelling gehaald. Het gaat hier om besparingen inclusief de buitenlandse productieketen, de productketen en duurzame energie. Ook het MEE-convenant loopt qua uitvoering van de EEP’s op schema. Voor het hele convenant is de maximale voorgenomen besparing van 5,7% na vier jaar gerealiseerd. De totaal gerealiseerde efficiëntieverbetering tot en met 2016 bedraagt 7,6%. Dit is inclusief besparingen binnen de productketen en de buitenlandse productieketen.

In de EEP-periode 2013-2016 hebben metaal, chemie, glas en raffinaderijen meer besparingen gerealiseerd dan voorgenomen. De metallurgische industrie is koploper met name door de gerealiseerde ketenefficiëntie. Bierbrouwerijen en papier- en kartonindustrie lopen achter op hun prognoses.

CO2 emissies en beprijzing

De industrie is verantwoordelijk voor 67 Mton CO2, waarvan 75% door de 12 grootste uitstoters wordt veroorzaakt. Uit een onderzoek dat recent door McKinsey is uitgevoerd[1] blijkt dat de grootste veroorzakers van CO2 uitstoot verwarming op lage, midden en hoge temperatuur (40 Mton CO2) en elektriciteit voor de aandrijving van motoren (19 Mton CO2) zijn. Hetzelfde rapport laat zien dat met name ammoniak-, ethyleen- en staalproductie het leeuwendeel van de emissies veroorzaken. De grootste winst in het terugdringen van CO2-uitstoot wordt verwacht van het elektrificeren van midden- en hoge-temperatuur verwarmingsprocessen.

De Wereldbank heeft becijferd dat om wereldwijd binnen 2 oC temperatuurstijging te blijven, een prijs voor CO2 nodig van minstens US$ 40–80/t in 2020 en US$ 50–100/t in 2030[2]. In 2017 lag deze prijs binnen de EU onder de US$ 10/t, wat veelal leidt tot negatieve business cases voor de industrie en te lange terugverdientijden. Een aantal bedrijven rekent momenteel intern al met een hogere prijs om hun duurzaamheidbeleid meer kracht bij te zetten. Sommige overheden, zowel binnen als buiten de EU, hebben een CO2-belasting ingevoerd om bedrijven te bewegen om hun emissies terug te dringen. Landen zoals Frankrijk, Engeland, Ierland, Portugal, Finland en Zweden hanteren CO2 prijzen tussen de US$ 25 en 135 per ton. Door de herziening van het EU handelsplatform voor CO2-emissierechten ligt inmiddels de prijs boven de € 25/ton.

De prijs van CO2-emissierechten is in 2018 sterk toegenomen (bron: ABNAMRO)

Nederland wordt minder een aardgasland

De 200 grootste gebruikers van laagcalorisch aardgas gebruiken zo’n 5,5 mrd m3 gas per jaar, waarvan de 40 grootste bedrijven zo’n 3 mrd m3. Minister Wiebes (EZK) heeft 200 grootverbruikers van laagcalorisch aardgas (Groningenkwaliteit) per brief laten weten dat het onontkoombaar is dat zij binnen 4 jaar omschakelen op hoogcalorisch aardgas of een duurzaam alternatief. De brief van Wiebes, die in tranches wordt gestuurd, stelt dat “er uiterlijk in 2022 in principe geen industriële grootverbruikers meer zijn die nog Groningengas gebruiken”. Dat is een aanscherping van het regeerakkoord. Het overgrote deel van het aardgas wordt door de bedrijven gebruikt voor hoge temperatuur proceswarmte (150 - 1000 oC). Om dat gas daartoe te kunnen gebruiken moeten duizenden branders, honderden installaties (ketels en WKK’s) en meetapparatuur omgebouwd of vervangen worden.

Klimaat- en energieakkoord 2.0

Ons energielandschap zal veranderen waarbij het aandeel van hernieuwbare energie groeit. Door de terugdringing van fossiele brandstoffen zullen de risico's van gestrande activa zoals kolengestookte elektriciteitscentrales, olieplatforms en gasvelden toenemen.

Om het Klimaat- en energieakkoord 2.0 vorm te geven hebben de vijf sectortafels net voor het zomerreces hun pakket van maatregelen gepresenteerd aan de minister. Het Planbureau voor de Leefomgeving gaat op basis van de contouren van het energieakkoord 2.0 aan de slag om de maatregelen voor landbouw, de elektriciteitssector, de industrie, de gebouwde omgeving en transport & mobiliteit op hun bijdrage aan de CO2 reductie door te rekenen. Aan het eind van het jaar moet het akkoord rond zijn. Het doel voor de industrie is om 14,3 Mton minder CO2 uit te stoten in 2030 door verdergaande energiebesparing door een schonere en efficiëntere productie, elektrificatie en gebruik van waterstof en opvangen en opslaan van CO2.

De voorstellen van de vijf sectortafels voor het energie- en klimaatakkoord 2.0  (bron: NVDE)

Warmtereductie en –hergebruik van restwarmte, inzet van meer hernieuwbare bronnen (biomassa, groen gas, aardwarmte), materiaalrecycling en gebruik van duurzame grondstoffen zijn belangrijke ingrediënten. Betere beprijzing van CO2 emissies is nodig door verbetering van het emissiehandelssysteem en extra belasting op uitstoot zoals dat al door een aantal Europese landen is doorgevoerd.

Normen en standaarden zijn beschikbaar

Volgens artikel 8 van de European Energy Directive moeten grote bedrijven ofwel een energiemanagementsysteem (bijv. volgens ISO 50001: 2011) implementeren of energie-audits uitvoeren met een maximale periode van vier jaar (bijv. in overeenstemming met EN 16247 of ISO 50002: 2014-norm). Ook kleine en middelgrote ondernemingen worden aangemoedigd om energie-audits uit te voeren.

De ISO 50001-norm voor energie management systemen (EnMS) ondersteunt organisaties bij het creëren van een gestandaardiseerd en proces-georiënteerd energiebeheer met als doel om energie te besparen en de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Daarnaast is een energie-audit volgens ISO 50002 of EN 16247-1: 2012 een krachtig hulpmiddel om de energieprestaties en de huidige stand van zaken in uw organisatie en energiebesparingspotentieel te onthullen.

Sinds de introductie van de ISO 50001 voor Energie Management in 2011 zijn er tot en met 2016 door ISO meer dan 20.000 certificaten uitgereikt aan bedrijven die voldoen aan de eisen zoals opgenomen in deze management standaard. Ongeveer 85% van de ISO 50001 certificaten zijn verstrekt in Europa, met name in Duitsland, Verenigd Koninkrijk, Italië Frankrijk en Hongarije. In Nederland hadden in 2016 64 bedrijven zo’n certificaat. Het is niet verbazingwekkend dat met name in sectoren met een hoog energiegebruik zoals chemie, rubber en kunststoffen, voedingsmiddelen en metaal, energie management structureel wordt omarmd.

Uitgereikte ISO 50001 certificaten in verschillende industriesectoren (bron: ISO)

Uitdagingen voor asset owners en managers

Met een energie-audit kunnen de energieverliezen in productieprocessen worden gekwantificeerd. Het biedt mogelijkheden om maatregelen te identificeren voor energiebesparing, minder CO2 uitstoot en voor verbetering van uw energie-efficiëntie door gebruik van restenergie en de introductie van hernieuwbare energiebronnen en energieopslag. Afhankelijk van de doelstelling kunnen op basis van deze inzichten energieprojecten worden gedefinieerd die kunnen worden gebundeld tot een adequate routekaart voor betere energieprestaties en een kleinere voetafdruk.

Energie management vereist een gestructureerde analyse

Tot slot

De contouren van de nieuwe Nederlandse klimaat- en energieovereenkomst 2.0 zijn onlangs bekend gemaakt. Het is duidelijk dat de CO2-uitstoot van de industrie drastisch verminderd moet worden. Een complicerende factor is dat Nederland steeds minder een aardgasland wordt. Om dit bereiken hebben industriële bedrijven een systematische aanpak nodig om hun energiebeheer volwassen te laten worden. Stork helpt de industrie bij het formuleren en realiseren van hun energieplannen. Ook voor de industrie is de Trias Energetica een belangrijk uitgangspunt: eerst energie besparen, de benodigde energie zo veel mogelijk betrekken uit hernieuwbare bronnen en als we toch fossiele brandstoffen nodig hebben deze zo efficiënt mogelijk gebruiken. De industrie heeft baat bij hernieuwbare bronnen, verdergaande elektrificatie en de introductie van waterstof. Adequate CO2-prijzen zijn essentieel voor de energietransitie en maken deel uit van de investeringsbeslissingen die bedrijven nemen. Een systematische aanpak is noodzakelijk om te komen tot een volwassen energiebeheer. De hiervoor benodigde normen zijn beschikbaar en worden steeds vaker toegepast, met name in energie-intensieve industrieën.

 


Over de auteur:

Jack Doomernik is principal consultant bij Stork en lector Smart Energy bij Avans Hogeschool. Jack adviseert organisaties over de energiebeheersprocessen en bij de implementatie van nieuwe energie-efficiënte technologieën. Een advies begint veelal met een analyse van de bijdrage van de individuele productieprocessen aan het totale energieverbruik, waarna het energiebesparingspotentieel en de maatregelen die nodig zijn om de energieprestaties te verbeteren in kaart worden gebracht. Dit is inclusief opties voor introductie van hernieuwbare energiebronnen zoals zonne- en wind- en opslagoplossingen. Een kosten-batenanalyse helpt beslissen over de prioritering van de voorgestelde maatregelen en een energieplan opstellen.

 

Andere blogs van Jack Doomernik:

- De aarde is onze belangrijkste asset!


[1] Energy transition: mission (im)possible for the industry?, A Dutch example for decarbonization, McKinsey&Company, October 2017

[2] State and Trends of Carbon Pricing 2017, World Bank, Ecofys and Vivid Economics, Washington DC, November 2017


KEEP ME POSTED FOR NEW UPDATES

SUBSCRIBE

Share this article