Duurzaamheid is business

Blog

Duurzaamheid is business

Duurzaam ondernemen is een must voor het bedrijfsleven. Uit de Nationale Duurzaamheidsmonitor 2015, blijkt dat 86 procent van de ondervraagde bedrijven van mening is dat een onderneming de plicht heeft om goed na te denken over de impact op het milieu en de samenleving. Een ruime meerderheid vertaalt deze overtuiging naar een duurzame doelstelling of zegt dit te willen doen. Dat zijn mooie cijfers. Maar deze percentages leiden nog niet tot resultaten.

Bedrijven hebben te maken met een nieuwe economische realiteit, die hen uitdaagt, of misschien wel dwingt, om te veranderen. Het ingetreden herstel van de economie vraagt om nieuwe businessmodellen die verdere groei van een onderneming mogelijk maken. Maar dan wel onder de voorwaarden van deze tijd - duurzaam en maatschappelijk verantwoord - in plaats van krampachtig vasthouden aan succesverhalen uit het verleden.

Crisistijd – kostenreductie

Even terug in de tijd. Het is 2008 en met de toenemende productievolumes gaan de prijzen voor fossiele brandstoffen resp. grondstoffen sky high. Naast het besef dat de voorraad van deze grondstoffen hoe dan ook eindig is en duurzaamheid een prioriteit wordt, neemt de urgentie toe om de kostprijs te managen en daar waar de energiekosten een belangrijk deel vormen van deze kostprijs komt de focus op energiebesparingen te liggen. Maar al snel wordt deze werkelijkheid achterhaald door de crisis die veel langer doordreunt dan men had voorzien.

De urgentie verschuift van maximalisatie van de winstmarge naar het overleven van de organisatie, het bedrijf. Met teruglopende orderportefeuilles kan er op andere vlakken sneller kosten worden gerealiseerd waaronder reorganisaties en andere kostenbesparingsprogramma’s. Immers, energiebesparende maatregelen vergen investeringen die vaak pas op langere termijn renderen.

Focus op Energieverbruik en Duurzaamheid

Nu we de crisis voorbij zijn, de economie aantrekt en de orderportefeuilles weer vol raken komt er weer meer aandacht voor de langere termijn. De uitstraling van het bedrijf is van groot belang in het werven van klanten en kapitaal, en zeker ook in het werven van goed, gekwalificeerd personeel. De etiketten “Duurzaamheid” en “Ecologische voetafdruk” worden steeds belangrijker. Niet alleen voor het imago van het bedrijf, maar ook voor de continuïteit en voor de beheersing van de kostprijs met het oog op toenemende kosten voor fossiele brand- en grondstoffen (verwachte prijsstijgingen vanuit de markt of belastingen vanuit de overheid).

Vanuit overheid dienen bedrijven periodiek (chemie: vijfjaarlijks) hun Energie Efficiency Plan (EEP) op te stellen, in te dienen en uit te voeren. In deze plannen geven zij aan wat zij de komende jaren gaan doen om het energieverbruik terug te dringen. Daarbij moeten de benodigde investeringen met een pay-back tot vijf jaar worden uitgevoerd. Door middel van deze EEP’s leveren deze bedrijven hun bijdrage aan de klimaatdoelstellingen zoals vastgelegd in Parijs.

Een aantal sectoren, waaronder de chemie, hebben eind vorig jaar hun EEP ingediend. Andere sectoren zullen binnenkort hun plan indienen bij de overheid. Wat daarbij opvalt is dat er nog weinig gebruik wordt gemaakt van specialisten en energiescans als input voor een gefundeerde opzet van een EEP. Daarnaast zien we vaak dat energiemanagement nog slechts zeer basaal is ingericht.

Beheer van assets en energie

In ISO 50001 vindt men richtlijnen voor het opzetten en borgen van een energiemanagementsysteem, hetgeen onontbeerlijk is voor het continu beheersen en reduceren van het energieverbruik. Methodieken om energieverbruik van installaties te monitoren sluiten steeds meer aan bij de trends in ‘big data’, ‘Internet of Things’ en ‘Asset Performance Management’ waarbij sensoren vrijwel continu meten wat de specifieke toestand of conditie is en waarin trendanalyses voorspellen wanneer te plannen acties genomen moeten worden. In die zin lijkt het logisch om ISO 50001 energiemanagement aan te sluiten of misschien wel te integreren met ISO 55000 Asset Management. Daarnaast zien we dat productiebedrijven ook ISO 14001 Milieu management omarmen met het oog op het beheer van afvalstromen en emissies. Ook daar zien we raakvlakken met reductie van energiestromen en gerelateerde emissies en afvalstromen.

Ecologische voetafdruk

Door het energieverbruik te reduceren door oude installaties te vervangen door installaties conform de laatste stand van technologie (zoals aangegeven in BREF, een uitwerking van de EU richtlijn IPPC) en dus energiezuinige aandrijvingen, door beter te isoleren en door restenergie te hergebruiken zijn vaak wezenlijke besparingen tot 30% behaald. In een aantal bedrijven is er zeker nog potentieel om nog meer te reduceren en de energie efficiency te verhogen.

Om de ecologische voetafdruk van een bedrijf verder te verkleinen is het vaak belangrijk om ook naar alternatieve energiebronnen te kijken en zo een deel van het eigen energieverbruik te compenseren door hernieuwbare energie op te wekken.

Vaak zijn er in bedrijven en op bedrijventerreinen enorme horizontale vlakken (daken), maar zeker ook verticale vlakken (gevels, torens) aanwezig waar bijvoorbeeld zonnepanelen geplaatst kunnen worden. Opwekking van ’zonne-energie’ lijkt een gegarandeerd succes. Dit naast de inzet van WKK’s en warmtepompen. De inzet van windturbines lijkt ook voor de hand liggend, maar in de praktijk is dit wellicht wat lastiger. Bovendien verschijnen er recent berichten dat de windopbrengst (windex) de laatste 14 maanden schrikbarend laag was. Daarnaast zien we ontwikkelingen op het vlak van herinzet van restwarmte binnen en buiten het bedrijf (zoals stadsverwarming), geothermie, energieopslag in batterijen of omzetten in alternatieve brandstoffen (zoals H2).

De kracht van innovatie

Waar we met voorgaande, inmiddels  voor de hand liggende maatregelen onvoldoende progressie boeken kunnen disruptieve innovaties een enorme stap vooruit maken. Nieuwe ideeën en technologieën  die een aardverschuiving te weeg brengen binnen het huidige proces.

Een recent voorbeeld is laserprinten in plaats van traditionele (plastic) verpakkingen, Natural Branding. Hiermee wordt groente en fruit gemerkt met laserlicht door wat pigment te verwijderen uit het buitenste laagje van de schil. Dit heeft geen invloed op smaak of houdbaarheid.  Deze contactvrije methode is goedgekeurd door SKAL, er worden geen hulpstoffen gebruikt en de methode is zeer oppervlakkig. De benodigde energie voor het aanbrengen van een merkje is minder dan 1% van de energie benodigd voor een sticker.

Supermarktketen Hoogvliet kan door de introductie van deze nieuwe methode naar verwachting 67.000 plastic verpakkingen ten opzichte van eerdere jaren gaan besparen. De supermarktketens ICA en REWE, in respectievelijk Zweden en Duitsland, gingen Hoogvliet voor bij de introductie van deze nieuwe manier van merken. Wereldwijd zijn er zo al miljoenen plastic verpakkingen bespaard.  

Het effect van deze disruptieve innovatie is enorm. Een drastische reductie van het energieverbruik op dit onderdeel (ISO 50001), het vervallen van bepaalde materiaal- en afvalstromen (ISO 14001) en wellicht een veel minder storingsgevoelig proces (Asset Performance, ISO 55000).

Andere voorbeelden zijn koppelingen van bedrijven onderling of bedrijven met de (woon)omgeving voor benutting van restwarmte elders.

In Zeeland wordt een warmtekoppeling gerealiseerd tussen twee bedrijven. De restwarmte van het bakproces in de fritesfabriek van Lamb Weston / Meijer wordt straks geleverd aan het ernaast gelegen bedrijf Wiskerke Onions dat er uien mee kan drogen op een temperatuur van 25-30 graden Celsius. Dit levert in potentie een besparing op van 500.000 kubieke meter aardgas per jaar en vermindert naar verwachting de jaarlijkse CO2-uitstoot met 875 ton.

Financiering, subsidies, certificaten…. Bepaal  uw route

Daar waar bedrijven open staan voor de implementatie van deze  alternatieve energieopwekking ervaren zij nogal wat drempelvrees door lange doorlooptijd van dit soort projecten, de hoge benodigde investeringen en de lange terugverdientijden. Probleem is dat men zoekende is in de wirwar van regelgeving en financieringsmogelijkheden (regionale, landelijke en Europese subsidies; lease constructies en andere funding-mogelijkheden).

Door de vele bomen  (diverse regelgevingen, varianten in subsidiecriteria, welke certificaten zijn van belang) is het lastig te ontdekken hoe mooi het bos er uit ziet. Er is een wildgroei aan instanties die op specifieke vlakken wel of niet iets kunnen betekenen.

De eerste stap

Ook een lange reis begint met een eerste stap. Door innovatie en toepassing van de laatste technische ontwikkelingen ontstaan nieuwe mogelijkheden om grondstoffen en energie te besparen en de ecologische voetafdruk te verminderen. Normen en standaarden helpen om systematisch de nieuwe mogelijkheden te ontdekken en beschikbare subsidies kunnen helpen om initiatieven te versnellen.

Wat wordt uw eerste stap? 

 

Ernest Severens is senior consultant bij Stork en adviseert klanten bij asset management vraagstukken, onder meer op het terrein van duurzaamheid. Ernest is hiernaast actief in maintenance management, contract management en project management.

Share this article

Add Comment

 

Comments

No comments added yet, be the first to leave a reply!